De Turfroute is een meerdaagse fietstocht door Zuidoost-Friesland. De route volgt de al langer bestaande Turfroute (per boot). In 4 dagen tijd fietsen we veel langs water, maar ook door gevarieerde natuur met wei, bos en hei én ontdekken we de interessante geschiedenis van dit gebied.

De routebeschrijving en gpx staan onderaan dit artikel.

Turfroute fietsen 257

Heerenveen

De fietsroute begint in het gezellige centrum van Heerenveen. Het dorpscentrum is bezaaid met mooie terrasjes, deels langs een oud turfkanaaltje, waar kleurrijke lampionnen boven hangen. Hier woonden Heeren van het Veen! Deze heren lieten al sinds de 16de eeuw veen afgraven, zodat de gedroogde versie ervan (de turf) kon worden verkocht aan het bedrijvige Westen.

We halen onze fietsen op bij 2Wielercentrum Heerenveen. We rijden het centrum uit met de gedachte dat we eens terug moeten komen in Heerenveen om er wat meer tijd door te brengen, en dan begeven we ons op de Turfroute. Tussen de bomen door fietsen we richting de weilanden, waar een groep Friese paarden met hun veulens staat, naast een trekker met een Friese vlag erop. In veel delen van Nederland kun je niet zo ver kijken als hier in het mooie Zuidoost-Friesland.

We passeren het Nannewiid, dat voorheen een moeras was en nu een zwemplas, dankzij de turfgravers. Een bordje met daarop “Turfroute” geeft aan dat we op de goede weg zitten. Het bordje is dan wel bedoeld voor de scheepvaart, maar wij volgen deze vaarroute nagenoeg. We fietsen over asfaltwegen en dan weer over landweggetjes en zelfs dwars over boerenerven. Een prachtige poldermolen rijst op uit het landschap en we kunnen het niet laten om er een paar foto’s van te maken. Verderop roept groep zwaaiende kinderen naar ons: “Hoi fietsers!” en we zwaaien vrolijk terug.

Bij Theeschenkerij Nije Skou is een fietspontje. De schipper zit net even aan de koffie en dat lijkt ons ook wel een goed idee. We bestellen er heerlijke kwarktaart bij, terwijl we wachten totdat de schipper klaar is om over te varen.

Akkrum

Daarna fietsen we door naar Akkrum, waar we inchecken bij Grandcafé & Hotel Goerres. Sinds 1886 was het een familiehotel en als je er binnenstapt, dan geeft het nog steeds dat warme gevoel van een huiskamer. Hier worden ook veel evenementen georganiseerd door buurtgenoten, je kunt er logeren en er is een fijn terras aan het water waar in de zomer vaak bootjes aanleggen. Ook de beroemde Akkrumers de Gebroeders Anker komen hier graag. We krijgen een kamer op de eerste verdieping met uitzicht op het water. Geweldig, we zouden wel de hele dag op de kamer kunnen blijven, maar er is nog veel meer te doen in Akkrum.

Van Drijfveer & Tusken de Marren krijgen we een SUP om een rondje door Akkrum te varen. Hier is een kunstroute uitgezet, met schilderijen (gemaakt door inwoners) die op grote doeken geprint zijn. Je kunt hier door de lieflijke slootjes SUPpen, en ook een stukje over de Turfroute varen.

Naast de haven van Akkrum strijken we neer in het gezellige restaurant De Koken. Buiten is een fijn terras waar je echt het vakantiegevoel krijgt, met name als je gebruik maakt van de ligstoelen of de hangmat aan het water. We sluiten deze actieve dag af met een smakelijke maaltijd: Tom kha khai soep en curry, die vers voor ons bereid worden.

Het verhaal van de turfstekers

Via het schilderachtige dorp Aldeboarn aan de Turfroute, komen we aan bij openluchtmuseum It Damshûs in Nij Beets. Daar komen we alles te weten over de turfgravers die dit gebied hebben gevormd tot wat het nu is.

Er was vroeger veel hout nodig om de huizen te verwarmen, de vuren in fabrieken op te stoken, én er was hout nodig om boten van te bouwen. Dat ging dus razendsnel. Toen alle bomen in Nederland gekapt waren, was er een nieuwe warmtebron nodig en toen kwam men erachter dat je turf kon afgraven: Een compacte laag van plantenresten in veengebieden, dat goed bleek te branden in het vuur.

Turf maakte de industrialisatie in de Gouden Eeuw mogelijk en daarom was het afgraven ervan honderden jaren lang een lucratieve bezigheid. Eerst werden de veengebieden in het Westen afgegraven: De Loosdrechtse plassen zijn daar een voorbeeld van. Toen de turf daar op was, gingen ze verder het land in (richting Giethoorn) en uiteindelijk werd ook in Friesland turf gestoken. Rondom Earnewâld vind je nog veel zogeheten petgaten en legakkers die toen ontstaan zijn (en waar je nu mooie boottochten kunt maken).

Om de turf af te voeren werden kleine schepen gebruikt, die de turf naar De Veenhoop brachten. De grotere schepen (skûtsjes) brachten het veen / de turf verder naar het Westen, waar het verkocht werd. Toen men later ontdekte dat steenkool nog beter brandde dan turf, werd het turfsteken een uitstervend beroep. Turfstekers verdienden steeds minder en werden zelfs uitgeknepen door de landeigenaren. Met grote armoede tot gevolg.

Het hele verhaal van de Turfstekers is te zien in It Damshûs dat een informatieve film vertoont, maar waar je ook ook legakkers kunt zien, arbeidershuisjes, werkschuren, een kerk en het huis van de veenbaas met zijn winkel en café. Verderop is ook het Sudergemaal, met een turfmakershuisje ernaast.

Turfroute-fietsen-Sudergemaal-195

Earnewâld

Via de Veenhoop fietsen (en varen we met pontjes) naar Earnewâld, een begrip in de omgeving. Veel watersporters komen hiernaartoe om te genieten van de prachtige veengebieden. Het Skûtsjemuseum is vandaag helaas gesloten, maar de bootverhuur niet! In een elektrische sloep van Alde Feanen Bootverhuur neemt Ulbe ons mee naar de originele Turfroute en naar de Noordersluis, die precies groot genoeg is zodat er twee skûtsjes in pasten.

Het water klotst zachtjes langs de randen van de fluisterboot. Tussen het riet zwemmen eenden, ganzen, futen en we horen rietzangers. Huizen met namen als ‘de vissershut’ doen hun naam eer aan. Wat heerlijk om hier vakantie te vieren. Zelfs de zon breekt door, dus we hebben mazzel! Een skûtsje dat vroeger turf vervoerde, vaart nu voorbij met een groep dagjesmensen.

Skutsje-Eernewoude-376

Tijdens het varen kletsen we aan één stuk door. Mijn fietsmaatje komt uit Friesland, en aangezien iedereen in deze provincie elkaar lijkt te kennen, vragen zij en de schipper elkaar uitgebreid naar de achternamen en de oorsprong daarvan. Ook vertelt Ulbe dat hij nachtelijke vaartochten organiseert. Elke maandagavond kun je met hem meevaren en dan vertelt hij spannende (spook)verhalen onder de blinkende sterrenhemel.

Rottevalle

We fietsen nog een eindje door op de Turfroute en iets ten noorden van Drachten overnachten we in het beroemdste huisje van Rottevalle: ‘t Stee van Anne P. aan de Brouwersgrêft (die nu gedempt is). Er is keuze uit 5 bedden verdeeld over de begane grond en de zolder, en dan is er ook nog de knusse bedstee in de woonkamer.

Kunstwerken op de gedempte gracht doen herinneren aan de turfvaart, want vroeger was dit een overslagpunt tussen Groningen en Leeuwarden: Hier werd de turf overgeheveld naar grotere schepen. Het dorp staat nog vol monumentale gebouwen en je kunt er een rondwandeling maken. In de haven ligt beurtschip skûtsje de Rot uit 1887, die nog iedere week een rondje vaart met toeristen over turfmeer De Leijen. Daar is ook een mooi terras met zandstrand en zwemwater.

Tijd voor een diner in De Herberg van Smallingerland, 50 meter verderop. Het 5-gangendiner mag wat ons betreft een 10-gangendiner heten. Wat een bijzondere gerechten en smaakcombinaties! De tafels staan in een woonkamer die eruitziet alsof de tijd hier 100 jaar heeft stilgestaan. Omdat dit een overslagpunt was, kwamen (turf)schippers regelmatig in deze herberg overnachten. Foto’s aan de muur herinneren de bezoeker aan die tijd.

Na een heerlijke nacht slapen in de huiselijke B&B ’t Stee van Anne P. worden we uitgerust wakker. Het ontbijt staat klaar in de koelkast, dus we kunnen zelf een plekje zoeken. Het is nog net te fris om buiten in de riante tuin te eten, dus we kiezen voor de tafel in de sfeervolle keuken.

Drachten

Na een kopje koffie stappen we op de fiets naar Museum Dr8888, een voormalig mannenklooster in het centrum van het dorp. Er is een grote kaart en een foto waarop te zien is dat door Drachten een brede vaart liep, met veel vertakkingen. Zo’n 800 mensen werkten hier aan het afgraven van het veen. Ook heeft het museum een expositie met kust uit de 20e eeuw.

Vanuit het museum maken we een stadswandeling door het dorpscentrum met een gids. Hij vertelt boeiende wetenswaardigheden over Drachten: Het deels weer open gegraven veenkanaal dat tot het centrum loopt, het schuilkerkje van de Mennonieten en een sfeervol sociaal woningbouwcomplex uit 1920.

In Drachten staat een uitgebreide lunch klaar bij Vintage Coffee, en daarna fietsen we door naar Beetsterzwaag.

Beetsterzwaag en Gorredijk

In Beetsterzwaag is het statige Lycklamahuis te zien, dat in bezit was van de adellijke familie Lycklama à Nijeholt. Het is nu het gemeentehuis. In de bijbehorende overtuin is nu werk te vinden van de bekende kunstenaar Jan Loman. Rond het dorp staan veel paleisachtige landhuizen van rijke adellijke families, die nog rijker werden dankzij de turfafgraving.

Tussen Beetsterzwaag en Gorredijk fietsen we over een oude herenweg, door bossen en over prachtige hoogveengebieden.

In het mooie Gorredijk bezoeken we Museum Opsterlân, waar we uitgebreid bijgepraat worden door de enthousiaste vrijwilligers. Er is tot en met 18 augustus een tentoonstelling over het leven en werk van de Friese kunstenaar Jan Loman, maar ook een permanente tentoonstelling over de turf. Hier komen we meer te weten over de adel in dit gebied. Zij hadden uitgestrekte landerijen en roken winst, daarom gaven ze de veenbazen het recht om het veen van hun landerijen af te laten graven.

Ondertussen werd Gorredijk werd rijk dankzij de beurtvaart. Schepen moesten hier tol betalen als ze door de sluis wilden. Tijdens sommige jaren gingen wel 5000 schepen door de sluis! Doordat zoveel veenarbeiders naar dit gebied kwamen, was overal méér van nodig: Platbodems (boten), klompen, huizen, eten en drinken. Daardoor ontstond allerlei nijverheid in de omgeving en werd er veel gehandeld. Er zijn zelfs twee zilversmeden in Gorredijk.

Aan het eind van de 19e eeuw ontdekte men dat steenkool langer brandde dan turf, en toen was de turf opeens bijna niets meer waard. Armoede, honger en kindersterfte waren het gevolg. Sommige mensen leefden niet eens meer in een huis, maar in een gat in de grond. Er ontstond een sociale strijd: Er werd gestaakt en het socialisme kwam op. Daarbij horen grote namen van socialistische voormannen zoals Domela Nieuwenhuis. 

Donkerbroek

We volgen een lange Opsterlandse Compagnonsvaart richting Donkerbroek. Halverwege is een oude trambrug en in Donkerbroek trekt een hardhouten klokkenstoel de aandacht. Bij de brug Lochtenrek over de rivier de Tjonger vertelt een bord dat er botten en kiezen van dieren uit de steentijd gevonden zijn, zoals die van beren, elanden en runderen.

Door de weilanden heen volgen we de Tjonger naar Oldeberkoop. Het rondje om Appelscha heen moeten we dit keer helaas overslaan vanwege tijdgebrek.

Appelscha en het Fochteloërveen

De omgeving van Appelscha wordt ook wel een buitensport walhalla genoemd en dit dorp trekt in de zomer veel actieve bezoekers. Er zijn eindeloze wandel- en mountainbike routes, een klimbos en een 33 meter hoge uitkijktoren middenin het bos. Vlakbij Appelscha ligt het Fochteloërveen, één van de laatste hoogveengebieden van Europa. Omdat de turf na een tijdje niet meer nodig was, bleef dit natuurgebied op het nippertje gespaard. Het hoogveengebied is nu een waardevolle habitat voor onder andere kraanvogels en de slangenarend.

Oldeberkoop

Wij fietsen dus door naar Oldeberkoop, een sfeervol dorp met mooie oude gebouwen en landgoederen waar je fijne wandelingen op kunt maken.

Turfroute-Oldeberkoop-522

In Oldeberkoop is kaasboerderij De Stelp een begrip. Er worden allerlei producten verkocht vanuit de wijde omgeving, maar ook van de eigen boerderij. De koeien kunnen altijd naar buiten en van de melk wordt onder andere kaas gemaakt. We nemen een zachte kruidenkaas en een advocaatje mee voor onderweg.

We moeten ons nog inhouden met al die lekkernijen, want we gaan vanavond eten bij Pannenkoekboerderij ’t Koepelbos. Het is lastig kiezen van de uitgebreide menukaart, maar we gaan voor een overheerlijke pannenkoek met brie, walnoten en honing. Dat hebben we wel verdiend na zo’n lange dag fietsen!

Pannenkoekenboerderij-t-Koepelbos-Turfroute-540

Hierna hoeven we niet ver meer, want de accommodatie ligt vlak naast de pannenkoekboerderij. De Lindevallei heeft een B&B en vier chalets met uitzicht op een schapenwei, waar rond zonsondergang ook af en toe reeën te zien zijn.

De volgende dag begint goed met een ontbijtmand vol met verse producten van de boerderij, en versgebakken broodjes van de bakker. Daarna stappen we op de fiets voor de laatste etappe van 65 kilometer naar Heerenveen.

Rietvlechters in Noordwolde

In Noordwolde bezoeken we het Nationaal Vlechtmuseum in de oude Rietvlechtschool. Deze is van groot belang geweest voor heel Nederland.

Toen het veen was afgegraven, bleven de ‘onlanden’ over: Een drassig gebied waarop niets te verbouwen viel. Daar begon riet te groeien, en met dank aan kennis uit Duitsland leerde men snel hoe je van dat riet manden kon maken. Later kwam het pitriet uit Indonesië en daar werden stoelen van gemaakt.

De Rietvlechtschool was van hoog niveau. Halverwege de 20e eeuw had zo’n beetje ieder huishouden in Nederland wel een meubelstuk uit Noordwolde in huis. Zelfs Prinses Beatrix lag als baby in een rieten mand uit Noordwolde! In het Rietvlechtmuseum is een tentoonstelling met een audiotour, er draait een film en voor kinderen zijn er kijkkasten en een speurtocht.

We nemen een kleine pauze. Op het plein voor de Rietvlechtschool staat een oude tramlocomotief. Deze werd gebruikt om het riet en de rieten meubels te vervoeren. Het oude station is er ook nog steeds, en daarin zit nu de gezellige Lunchroom Tramhalteplein 3. Het heeft een modern interieur, maar toch is de oude sfeer van het station behouden. De vitrines staan er vol met de lekkerste gebakjes en daarom is dit een populaire plek voor een high tea. Ook kun je er uitgebreid lunchen, maar voor mij is het nog iets te vroeg, dus ik bestel een latte macchiato met red velvet cake. Daarin zit genoeg energie om de fietstocht te vervolgen.

Collage Tramhalte Plein 3

Het duurt even totdat de bui voorbij is en dan is het tijd om op de fiets te stappen. Het waait met windkracht 5 vandaag, maar bij De Hoeve is een een klein beschut paadje tussen bomen en weilanden door richting Wolvega. En dan volgt misschien wel het mooiste stukje van de tocht: Het slingerende fietspad door de Lendevallei, dat ooit ontgonnen werd maar nu een moerasgebied is, rijk aan biodiversiteit. Het beekdal staat vol met bomen en hoog gras en in de bermen is het een kleurenpalet van klavers, orchideeën, paardebloemen en kamille. Een koekoek laat van zich horen, en zelfs de zon komt af en toe tussen de wolken door.

De-Lendevallei-Turfroute-570-1

In Wolvega is het marktdag en ik verwonder me over het mooie centrale plein, en over de kerk die hoog en droog op een terp staat. Wil je daar meer over weten, volg dan de Augmented Reality route in Wolvega, met interessante verhalen over het dorp.

Verderop in Oldetrijne is een circus aan de gang en elk huis doet mee door de tuin rijkelijk te versieren. Daarna slingert de Turfroute weer de weilanden in. Een kwikstaart en rietzangers vliegen over het fietspad, en boven het natuurgebied wappert een rode wouw als een vlieger in de wind.

Driewegsluis

De volgende bezienswaardigheid is Driewegsluis. De naam zegt het al, maar dit is een sluis die verbonden is met drie waterwegen, en die dus drie uitgangen heeft. Uniek! Ernaast staat Paviljoen Driewegsluis, waar je heerlijk kunt lunchen met uitzicht op het water.

Driewegsluis Turfroute

Na de uitgebreide lunch fietsen we nog een klein stukje tegen de wind in, en daarna lekker met de wind mee naar Heerenveen.

Rottige Meenthe & Brandemeer

Verderop leidt het pad door de Rottige Meenthe en het is een geweldig gebied om doorheen te fietsen. Wat een rijke natuur! Ook dit gebied is deels ontstaan door turfwinning, en dankzij de diverse natuur komen hier bijzondere soorten voor zoals de Grote Vuurvlinder.

Het smalle fietspad zit vol met verrassingen. We volgen het paadje tussen bomen, bosjes, weilanden en drassige gebieden en bij Spanga komen we langs een reeks bijzondere plekken. De natuurtuin van Bernd en Christel bijvoorbeeld. Deze staat vol met bankjes en informatieborden voor toevallige voorbijgangers. Zo te lezen hebben ze er al veel vlinders, vogels en bijen gespot. Het is een fijne plek om even te relaxen.

Iets verderop ontdekken we de kijkhut voor niet-bestaande vogels van kunstenaar O.C. Hooymeijer. Je zou er bijna aan voorbij fietsen, maar doe het niet, want de kijkhut biedt een schat aan informatie over vogels die helemaal niet bestaan.

Dan buigt de weg af richting Heerenveen. Het is lekker stil op de route omdat het net geregend heeft. We komen langs het prachtige Brandemeer en er is nog een kleine verrassing: Een trekpontje over de rivier de Tjonger, de rivier waar we al eerder een stuk langs hebben gefietst.

Dan komt Heerenveen weer in zicht, en dat is het einde van de fietstocht. Iets voorbij Museum Belvédère leveren we de fietsen weer in bij het 2Wielercentrum. Wat was dit een mooie en interessante route! We hebben enorm veel geleerd over de boeiende historie van dit gebied en genoten van de prachtige natuur.

Routebeschrijving Turfroute

Wil je zelf de Turfroute fietsen? De volledige route en routebeschrijving staat in het boekje “Wandelen & Fietsen vanaf de Turfroute in Zuidoost-Friesland” van Fokko Bosker en Janneke Donkerlo. Je kunt de Turfroute per fiets ook bekijken en downloaden op route.nl. De routenummers van de fietsknooppunten zijn:

Turfroute-fietsen-knooppunten

Overnachten langs de Turfroute

Wij startten de route in Heerenveen en overnachtten in Akkrum bij Hotel Goerres, in Rottevalle bij B&B ’t Stee van Anne P. en in Oldeberkoop bij B&B De Lindevallei. Bij Oosterwolde hebben we een stuk afgesneden, dus we zijn niet langs het Fochteloërveen, Appelscha en het Drents-Friese Wold gefietst. Wil je dit wel (het is een prachtig stuk!), boek dan een extra overnachting in Oosterwolde of in Appelscha.

Turfroute-per-fiets-231km

Voor meer fiets- en wandelroutes in de omgeving, zie de website van Zuidoost-Friesland.

Dit artikel kwam tot stand in samenwerking met Het Andere Friesland en de daarbij aangesloten ondernemers.

The following two tabs change content below.

Mirre

Mirre is journalist, videoproducent en drone piloot. Al fietsend door Nederland verzamelt ze verhalen en beeldmateriaal van toeristische activiteiten en bezienswaardigheden. Volg jij ons al op social media?

Write A Comment